4.8.2 Sterkte

Voor de constructieberekeningen moet de opdrachtgever de volgende gegevens verstrekken:

• de ligging in verband met het vaststellen van het windgebied;
• bebouwd of onbebouwd gebied;
• gebouwhoogte;
• gebruiksfunctie (bijvoorbeeld woonfunctie, kantoorfunctie);
• situatie t.o.v. eventuele nabijgelegen hoge gebouwen;
• situatie in relatie met hoogteverschillen in het omringende terrein;
• eventuele bijzondere belastingen.

De belangrijkste belastingen zijn:

• winddruk
• windzuiging 
• eigen gewicht van de gevelvulling.

Gevelelementen zijn niet-dragende constructies en mogen dus niet worden belast door de omringende bouwkundige constructie.

Voor het berekenen van de sterkte van de gevelelementen gaan we voor het bepalen van de windbelasting uit van de waarden van de stuwdruk uit tabel NB.4 van NEN-EN 1991-1-4 (NB). Deze stuwdrukken dienen te worden vermenigvuldigd met diverse factoren, overeenkomstig NEN-EN 1991-1-4 (NB). Ook de verankeringen van VKG-gevelelementen moeten sterk genoeg zijn om de optredende belastingen volgens NEN-EN 1990 en 1991 aan te kunnen.

Voor gevelelementen (stijlen & regels) kan in het alge­meen worden uitgegaan van gevolgklasse CC1 volgens NEN-EN 1990 (NB). Dit betekent dat voor sterkte gerekend kan worden met de belastingfactoren:

  • Yg = 0,9 x 1,35 = 1,20
  • yq = 0,9 x 1,50 = 1,35

Behalve tegen de windbelasting dient het gevelelement bestand te zijn tegen horizontale belastingen door personen en meubilair. Dit geldt voor die gevallen waarin het gevelelement ook als kering moet functioneren, waarbij de hoogte tussen de niveaus aan weerszijden groter is dan 1,0 m. In 6.4 van NEN-EN1991-1-1 (NB) wordt hiervoor verwezen naar de bijbehorende bijlagen NB.a en NB.B. Dit zijn een lijnbelasting, puntlast en stootbelasting. Voor de grootte en plaats van de punt- en lijnlast zie bijlage NB.6 in bijlage NB.A. Om een eenvoudige berekening van de stijlen en regels te krijgen, zijn deze lijnbelasting, puntlast en stootbelasting vervangen door een minimum gelijkmatig verdeelde belasting van 1 kN/m2 (rekenwaarde).

De controle op sterkte bij deze belastingen volgens 6.4 van NEN-EN1991-1-1 (NB) is dus niet noodzakelijk, mits gerekend is met deze gelijkmatig verdeelde belasting van 1 kN/m2. Het glas dient uiteraard wel te worden gecontroleerd bij de belastingen volgens 6.4 van NEN-EN1991-1-1 (NB). Voor binnenpuien dient een minimale belasting aangehouden te worden van 0,2 kN/m2. Als binnenpuien dienstdoen als kering, moet echter worden gerekend met bovengenoemde gelijkmatig verdeelde belasting van 1 kN/m2.

Behalve door deze belastingen kunnen gevelelementen ook worden belast door glazenwasinstallaties, zonweringen e.d.

De opdrachtgever verschaft vooraf de plaats en grootte van eventuele bijkomende belastingen. Het gevelelement mag niet bezwijken onder de windlast, het eigen gewicht en/of eventuele andere belastingen. De sterktecontrole kan eventueel langs proefondervindelijke weg plaatsvinden. In NEN-EN 12211 is hiervoor een beproevingsmethode vastgesteld. De vereiste beproevingsdruk moet gelijk zijn aan de berekende waarde volgens NEN-EN 1991-1-4 (NB).