4.4 Geluidwering

De werkelijke geluidwering van een gevelelement kan alleen zuiver worden vastgesteld door meting. In het ontwerpstadium kun je de mate van de verwachte geluidwering uitsluitend door berekening bepalen. Bij de verschillende geveltypen uit
§ 1.8.2 gelden voornamelijk de volgende aandachtspunten met betrekking tot geluidsoverdracht:

a. Vliesgevel:

• Geluidsisolatie buiten – binnen
• Geluidtransport via stijlen (contact- en luchtgeluid)
• Geluidtransport via regels (contact- en luchtgeluid)
• Aansluiting tussen gevel en plafond (luchtgeluid)
• Aansluiting tussen gevel en wand (luchtgeluid)

a. Horizontale raamstrook:

• Geluidsisolatie buiten – binnen
• Geluidtransport via regels (contact- en luchtgeluid)
• Aansluiting tussen gevel en wand (luchtgeluid)

a. Verticale raamstrook:

• Geluidsisolatie buiten – binnen
• Geluidtransport via stijlen (contact- en luchtgeluid)
• Aansluiting tussen gevel en plafond (luchtgeluid)

a. Pui:

• Geluidsisolatie buiten – binnen

Buitengevels

Gevelelementen in de buitengevel leveren al snel een geluidsisolatie van 26 dB(A), mits de beweegbare delen rondom aansluiten tegen een dichtingsrubber. Omdat bij deuren meestal de onderzijde niet afgedicht wordt, is deze geluidsisolatie bij deuren meestal niet te bereiken. Daar zal de geluidsisolatie circa 20 dB(A) zijn.
Het Bouwbesluit stelt als eis dat een uitwendige scheidingsconstructie in gesloten toestand een geluidwering van minimaal 20 dB(A) op moet leveren. Afhankelijk van de geluidsbelasting en de soort binnenruimte kan deze eis hoger liggen. Dus om aan de eisen van het Bouwbesluit te kunnen voldoen dient de opdrachtgever de VKG-gevelelementenfabrikant nauwkeurig te informeren over de eisen voor de geluidsisolatie van het te leveren gevelelement.

Een VKG-gevelelement, mits voorzien van een rondomlopend kader en zonder ventilatierooster(s) en dergelijke, heeft in gesloten toestand een geluidwering van minimaal 23 dB(A).

Bij VKG-gevelelementen met uitstekende delen, zoals waterslagen of lightshelves, dient extra aandacht besteed te worden aan contactgeluidisolatie. Hinderlijke windgeluiden kunnen ontstaan door het gebruik van roosters, scherpe hoeken en holle profielen in gevelelementen. Dit kan de VKG-gevelelementenfabrikant niet voorzien. Als deze vorm van geluidhinder optreedt, dient achteraf beoordeeld te worden hoe dit door de opdrachtgever verholpen kan worden.

4.4.1 Bepaling geluidwering

De werkelijke geluidwering van een gevelelement kan alleen zuiver worden vastgesteld door meting. In het ontwerpstadium kun je de verwachte geluidwering echter uitsluitend door berekening bepalen.

In het kader van CE-markering voor ramen en deuren geeft Bijlage B van de zogenoemde Productnorm NEN-EN 14351-1 voor ramen en buitendeuren hiervoor een goede en eenvoudige mogelijkheid. Uitgangspunten voor het mogen/kunnen toepassen van Bijlage B met bijbehorende tabellen B.1, B.2 en B.3 zijn:

• de tabellen zijn alleen van toepassing bij gebruik van isolerend dubbelglas en de geluidwerende eigenschappen uitgedrukt in Rw (C; Ctr/m2 K) van het isolerende dubbelglas dienen bekend te zijn. Hierin is Rw de globale geluidwering tegen luchtverkeerslawaai van het isolerende dubbelglas, terwijl C en Ctr correctiefactoren zijn voor geluid met relatief hoge frequenties (bijvoorbeeld snelwegverkeer en treinverkeer), respectievelijk voor geluid met relatief lage frequenties (bijvoorbeeld stadsverkeer).

Zo heeft isolerend dubbelglas 6-12-8 een geluidsisolatie Rw(C;Ctr) van 35(-2; -5) dB, ofwel 33 dB, namelijk 35-2 tegen hoogfrequent geluid en 30 dB, namelijk 35-5 tegen laagfrequent geluid.

De geluidwerende eigenschappen kunnen overeenkomstig NEN-EN-ISO 10140-1 t/m 10140-5 in een laboratorium worden gemeten. Het proefstuk waarop de metingen dienen plaats te vinden heeft een afmeting van 1,23 x 1,48 = 1,82 m2.

a. Beproeving volgens NEN-EN-ISO 10140-1 t/m 10140-5 of gegevens volgens NEN-EN 12758 of NEN-EN 12354-3.

b. Vaste en of te openen ramen die voldoen aan ten minste luchtdoorlatendheidsklasse 3 (Klasse 3 van NEN-EN 12207 t.b.v. CE-markering).

c. Schuiframen die voldoen aan ten minste luchtdoorlatendheidsklasse 2 (Klasse 2 van NEN-EN 12207 t.b.v. CE-markering).

d. Aantal dichtingen voor ramen, die geopend kunnen worden.

Bepaling van de geluidsisolatie Rw(C;Ctr) van een raam op basis van bekende geluidwerende eigenschappen van het isolerende dubbelglas in het raam:

a. Rw van het raam kan bepaald worden uit de bekende waarde van Rw van het isolerende dubbelglas; zie tabel B.1.

b. Rw + Ctr.Kvan het raam kan bepaald worden uit de bekende waarde van Rw +Ctr van het isolerende dubbelglas; zie tabel B.2.

c. De waarde van C van het raam bedraagt in alle gevallen -1 dB.

d. Ctr is nu eenvoudig te berekenen door de waarde Rw van het raam (tabel 1) af te trekken van de waarde Rw + Ctr (tabel B.2) van het raam.

De waarde van Rw+ Ctr van het isolerende dubbelglas als weergegeven in tabel B.2 is normaliter overeenkomstig NEN-EN-ISO 10140-1 t/m 10140-5 gebaseerd op een glasafmeting van 1,23 x 1,48 = 1,82 m2. Bij gebruik van isolerend dubbelglas in ramen van andere afmetingen kan gebruik worden gemaakt van tabel B.3. Uit deze gegevens blijkt, dat de geluidsisolatie van een raam afneemt naarmate de afmeting van het raam toeneemt.

plaatje 4.4.1.1.jpg

plaatje 4.4.1.2.jpg

plaatje 4.4.1.3.jpg

 

Voorbeeld:

Bereken de geluidsisolatie Rw(C;Ctr) van een draai-valraam met enkele dichting. Het draai-valraam heeft een afmeting van 1250 x 1600 mm (= 2,0 m2) en is voorzien van isolerend dubbelglas met een geluidisolatie van Rw (C;Ctr) = 30 (-1; -4).

Met een Rw  van het isolerende dubbelglas van 30 dB bedraagt overeenkomstig tabel B.1 de geluidsisolatie van het draai-valraam: 33 dB. Met een Ctr van – 4 dB van het isolerende dubbelglas bedraagt de waarde van Rw+ Ctr van het isolerende dub­belglas dus 26 dB. De bijbehorende waarde van Rw+ Ctr  van het draai-valraam overeenkomstig tabel B.2 bedraagt 28 dB.

Dit betekent dat Ctr van het draai-valraam – 5 dB bedraagt, namelijk 28 dB – 33 dB. Met een standaardwaarde van C = -1 voor het draai-valraam bedraagt de geluidsisolatie Rw(C;Ctr) van het draai-valraam 33 (-1; -5). Correctie in verband met de oppervlakte is niet noodzakelijk. De oppervlakte bedraagt namelijk 2,0 m2, ofwel < 2,7 m2; zie ook tabel B.3.