4.19.6 Nooduitgangen en vluchtdeuren

Opdrachtgevers en overheden kunnen eisen stellen aan het hang-en sluitwerk dat wordt gebruikt voor nooduitgangen en vluchtdeuren, door te verwijzen naar NEN-EN 179, respectievelijk NEN-EN-1125.
Er kunnen drie toepassingsgebieden worden aangeduid.

a. Paniekopeners. In situaties en gebouwen waarin veel mensen tegelijkertijd aanwezig zijn die geen goede kennis hebben van de situatie (scholen, winkelcentra, ziekenhuizen, theaters, discotheken, sportcomplexen, restaurants e.d.). Vluchtdeuren dienen te worden voorzien van paniekopeners volgens NEN-EN-1125 (d.i. met duwbalken of stangen). Dit product dient   CE-gemarkeerd te zijn.

b. Noodopeners. In situaties en gebouwen waarin minder mensen aanwezig zijn, waarbij niet aangenomen kan worden dat ze allen goede kennis hebben van de situatie (kantoren, werkplaatsen e.d.). Vluchtdeuren dienen te worden voorzien van noodopeners volgens NEN-EN-179 (d.i. met kruk of duwplaat). Dit product dient CE-gemarkeerd te zijn.

c. Andere vluchtmogelijkheid. Dit toepassingsgebied is niet genormeerd en betreft situaties waarin slechts weinig mensen tegelijk aanwezig zijn, die bovendien goed op de hoogte zijn van de situatie (woningen, kleine kantoren e.d.). Hierbij kan worden volstaan met voorzieningen zoals knopcilinders of draaiknoppen.