4.1.1.2 Bepaling luchtdoorlatendheid in het kader van CE-markering

Door de luchtdoorlatendheid, na beproeving conform NEN-EN 1026, per m1 naad en m2 oppervlak grafisch weer te geven kan het beproefde gevelelement worden geklasseerd overeenkomstig klasse 1, 2, 3 of 4 van NEN-EN 12207.

Het beproefde element wordt geklasseerd op basis van het oppervlak en de lengte van de sluitnaad.
- Indien beide in dezelfde klasse vallen: het gevelelement wordt geklasseerd in deze klasse;
- Indien er 1 klasse verschil is: het gevelelement wordt geklasseerd in de beste klasse;
- Indien er 2 klassen verschil is: het gevelelement wordt geklasseerd in de tussenliggende klasse;
- Indien er meer dan 2 klassen verschil is: het gevelelement kan niet geklasseerd worden;

Figuur 4a: Classificatie luchtdoorlatendheid van ramen en deuren volgens NEN-EN 12207.
plaatje 4.1.1.2.jpg

De tussenliggende waarden die tijdens de test worden gemeten kunnen uit figuur 4a afgelezen worden. Het testobject behoort tot een bepaalde klasse als geen enkel testresultaat de bovenste grenswaarde (dikke lijn) overschrijdt van die bepaalde klasse. Er mag van uitgegaan worden, dat ramen en deuren van gangbare afmetingen en voorzien van rubber afdichtingsprofielen (o.a. een middendichting ter plaatse van de sluitnaad) geklasseerd kunnen worden in klasse 4. Voor schuiframen en –deuren voorzien van borsteldichtingen kan uitgegaan worden van klasse 2.

Opmerking: het bovenstaande is niet van toepassing op zogenaamde vaste vakken of vaste beglazing. Er mag van uitgegaan worden, dat de naden in vaste vakken tot een toetsingsdruk van 650 Pa niet meer lucht doorlaten dan 0,5 m3/h per strekkende meter naad.