4.3 Thermische isolatie

Met kunststof profielen, isolatieglas, isolerende panelen, etc. kun je het warmteverlies aanzienlijk beperken.

Het Bouwbesluit stelt dat een uitwendige scheidingsconstructie overeenkomstig NEN 1068 een Rc-waarde moet hebben van ten minste 4,5 m2 K/W. Voor woonwagenfunctie blijft de eis 2,5 m2 K/W. Deze eisen gelden niet voor een deur, raam, kozijn en een daarmee gelijk te stellen gevelelement. Hiervoor geldt de eis in het Bouwbesluit dat per 1 januari 2015 de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) bepaald volgens NEN 1068 ten hoogste 2,2 W/(m2/K) is met een gemiddelde U-waarde van alle ramen, deuren en dergelijke in het bouwwerk van maximaal 1,65 W/(m²K). De warmtedoorgangscoëfficiënt van een raam of deur is afhankelijk van het type profiel en het type glas inclusief de randverbinding van het glas.

4.3.1 Algemeen

Kunststof isoleert de warmte bijzonder goed (l = 0,19 W/mK). Condensvorming zal dan ook slechts onder extreme omstandigheden optreden, zoals bij zeer hoge relatieve vochtigheid en een groot temperatuurverschil tussen binnen en buiten. Zie ook § 4.3.5. Verder maakt het verschil of de profielen al dan niet zijn versterkt met een metalen koker. Meerkamerprofielen isoleren zeer goed. Pvc is ook een goede isolator van elektriciteit.

Ter voorkoming van condensatie mag, wanneer bij isolerend dubbel glas een ventilatierooster rechtstreeks boven het glas wordt geplaatst, alleen een thermisch geïsoleerd rooster worden gebruikt.

4.3.2 Gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënten

De warmtedoorgangscoëfficiënt van kunststof gevelelementen met glas (Uw- of UD-waarde) is met name van belang bij het maken van energieprestatieberekeningen. De Uw- of UD-waarde wordt bepaald volgens paragraaf 7.2.3 van NEN 1068. In NPR 2068 is een tabel opgenomen met warmtedoorgangscoëfficiënten van ramen bij verschillende waarden voor de warmtedoorgangscoëfficiënt van het glas (Ugl) en drie typen kozijnen. Daarbij wordt voor de warmtedoorgangscoëfficiënt van kozijnen van hout of kunststof uitgegaan van een forfaitaire U-waarde van 2,4 W/(m2 K).

Uit onafhankelijke tests blijkt dat de U-waarden van kunststof kozijnprofielen (Uf, komt overeen met Ufr in NEN 1068;2001) aanzienlijk lager zijn dan de forfaitaire waarde van 2,4 W/m2 K die in de praktijk meestal wordt gebruikt en die gebaseerd is op NPR 2068;2002. De U-waarde voor de meeste standaardprofielen bedraagt 1,4 W/m2 K.

Als alternatief kun je een berekening maken op basis van gemiddelde waarden voor de oppervlakte en de omtrek van het element. De Uw- of UD-waarde is dan alleen afhankelijk van de U-waarde voor het glas (Ugl), de U-waarde voor het kunststof gevelelement (Ufr) en de lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt van de combinatie glas, afstandhouder en kozijn (Ygl).

Bij deze enigszins vereenvoudigde methode behoeft niet per afzonderlijk gevelelement een aparte berekening voor de Uw- of UD-waarde te worden gemaakt.

Tabel 4f. Rekenwaarde warmtedoorgangscoëfficiënten van kunststof gevelelementen met glas; U in W/(m2 K)

plaatje 4.3.2.jpg

4.3.3 Absolute vochtigheid

Lucht kan een beperkte hoeveelheid waterdamp bevatten. De maximale hoeveelheid waterdamp bij atmosferische druk die in de lucht aanwezig kan zijn is afhankelijk van de temperatuur.

4.3.4 Relatieve vochtigheid

De relatieve vochtigheid is de verhouding tussen de hoeveelheid waterdamp die de lucht bij een zekere temperatuur werkelijk bevat en de maximale hoeveelheid waterdamp die de lucht bij die temperatuur kan bevatten.

Relatieve vochtigheid (RV) = aanwezige vochtigheid/ maximumvochtgewicht x 100%.

De UW- of UD-waarde voor de invoer in de EPC-berekening kan worden afgelezen uit tabel 4f hierboven.

Kies Ugl in W/(m2 K)   - de wamtedoorgangscoëfficiënt van het glas is afhankelijk van het soort beglazing, emis­siecoëfficiënt, spouwbreedte en spouwvulling;

Kies Ufr in W/(m2 K)   - de warmtedoorgangscoëfficiënt van het kunststof gevelelement is afhankelijk van het type profiel; deze moet kunnen worden onderbouwd met een testrapport of erkende kwaliteitsverklaring, aan te leveren via de desbetreffende leverancier;

Bepaal UW of UD in W/(m2 K)   - uit de tabel kan voor het totale gevelelement de Uw-waarde (voor kozijnen) of de UD-waarde (voor glasdeuren) van het totale gevelelement worden afgelezen op twee decimalen. Bij het samenstellen van de tabel is uitgegaan van glas met aluminium afstandhouders

4.3.5 Condensatie

Hoe hoger de temperatuur van lucht, des te meer waterdamp kan worden opgenomen. Onder normale omstandigheden is er in een gebouw minder waterdamp in de lucht opgenomen dan mogelijk is. Dit is vooral het geval als er een centrale verwarmingsinstallatie is. De relatieve vochtigheid kan dan zelfs onaangenaam laag worden. Als lucht afkoel, vermindert de opnamecapaciteit voor waterdamp. Als de lucht koud genoeg wordt, zal op een bepaald ogenblik het dauwpunt zijn bereikt. De lucht is dan verzadigd met waterdamp. Een verdere afkoeling heeft tot gevolg dat er condensatie optreedt en de damp vloeistof wordt. Het vocht zal zich als condens het eerst op de koudste vlakken afzetten.

4.3.6 Infrarood thermogratieën

Tegenwoordig worden in de praktijk steeds vaker infrarood thermografieën (IR-foto’s) gebruikt om warmtelekken van gevels te beoordelen. Deze methode is echter een kwalitatieve testmethode voor het opsporen van temperatuurverschillen in de gebouwschil en dient niet om de isolatiewaarde of de luchtdichtheid van een gevel of bouwwerk te bepalen. Hiervoor zijn andere onderzoeksmethoden noodzakelijk.