4.10 Verbindingen

De sterkte van uit kunststof profielen samengestelde hoek-, T- en kruisverbindingen moet zodanig zijn, dat optredende krachten opgenomen kunnen worden zonder dat er blijvende vervorming ontstaat. Deze krachten kunnen ontstaan door:

• wind (-druk en -zuiging);
• eigen gewicht;
• bedieningskrachten.

4.10.1 Gelaste verbindingen

De methode van het verbinden van kunststof profielen tot een VKG-gevelelement gebeurt meestal door middel van lassen op daartoe speciaal ontwikkelde machines.

De gezaagde profielen worden tegen een zogenoemde lasspiegel gedrukt, die in zeer korte tijd, aan de te lassen vlakken een temperatuur geeft van 230 à 250° C. Na het automatisch verwijderen van de spiegel worden de aan elkaar te lassen profielen in plastische toestand onder druk aan elkaar verbonden.

Bij gelaste verbindingen maken we onderscheid tussen volledig gelaste verbindingen en gedeeltelijk gelaste verbindingen. Bij volledig gelaste verbindingen is de afwerking van de lasril zichtbaar (zie de figuren 4b t/m 4c). In NPR 7058 zijn richtlijnen voor het lassen vastgelegd. De afwerking van de ontstane lasril kan op diverse wijzen geschieden.

Figuur 4b: Kunststof knijplas
plaatje 4.10.1.1.jpg

In een zogenoemde knijplasmachine wordt vlak boven het profieloppervlak de las sterk ingeknepen. Het deel van de lasril boven deze insnoering kan nu eenvoudig worden afgestoken. Er blijft dan een kleine lasril van 0,1 à 0,2 mm op het materiaal achter.

Figuur 4c: Kunststof gegroefde las
plaatje 4.10.1.2.jpg

Kan machinaal een groefje worden aangebracht, nadat eerst de lasril tot ± 2 mm is samengeknepen. De groef mag niet dieper zijn dan 0,5 mm.

Figuur 4d: Kunststof afgestoken las
plaatje 4.10.1.3.jpg

De lasril wordt mechanisch aan de bovenzijde begrensd tot ± 0,5 mm. Hierna wordt deze lasril afgestoken tot circa 0,5 mm boven het profieloppervlak.

Figuur 4e: Kunststof gepolijste las
plaatje 4.10.1.4.jpg

De las kan worden geslepen en daarna worden gepolijst. Er ontstaat dan een glad oppervlak.
Bij gedeeltelijk gelaste verbindingen is bij het kozijn een horizontale naad zichtbaar en bij een raam een verticale naad (zie figuur 4f).

Figuur 4f: Gedeeltelijk gelaste verbinding

Kozijn draaiend.jpg

De sterkte van een lasverbinding is afhankelijk van onder andere de wanddikte en profielvorm. De profielfabrikanten verstrekken aan de VKG-gevelelementenfabrikanten van elk te lassen hoofdprofiel de minimumhoeksterkte-waarden voor de gelaste hoeken.

De sterkte van de afgewerkte lassen van de profielen moet voldoen aan EN 514.
Als waarde voor de minimum breukspanning is 35 N/mm2 gekozen.


Figuur 4g: Principe van lasbeproeving

plaatje 4.10.1.6.jpg

De beproeving van de lassen behoort te worden uitgevoerd op een beproevingsapparaat waarvan het principe in figuur 5f is aangegeven. De druksnelheid dient ± 50 mm/minuut te bedragen. Dit geldt voor zowel de VKG-gevelelementenfabrikant als de systeemleverancier. De beproevingen moeten worden uitgevoerd bij een temperatuur van 23 ± 5°C conform EN 514.

4.10.2 Gedeeltelijk gelaste verbindingen

Bij gelaste profielontmoetingen dienen de verstekken en T-verbindingen zodanig (ge)dicht te zijn, dat blijvend voldaan is aan eisen van luchtdoorlatendheid en waterdichtheid van het gevelelement.

Bij in de fabriek samengestelde VKG-gevelelementen mag de ongelijkheid van profielontmoetingen, gemeten in het vlak van de pui, bij versteknaden en T-verbindingen niet meer bedragen dan 0,8 mm.

Ten gevolge van profieltoleranties is het niet in alle gevallen mogelijk aan de eisen voor de ongelijkheid van profielontmoetingen te voldoen.

De naden aan de zichtzijden mogen niet groter zijn dan 0,8 mm.

4.10.3 Mechanische verbindingen
4.10.3.1 Mechanische verbindingen tussen kunststof profielen onderling

Naast de omschreven wijze van gelaste verbindingen kun je de kunststof profielen ook mechanisch (geschroefd) verbinden. Bij de mechanische verbindingen wordt geen gebruik gemaakt van het unieke thermoplastische karakter van pvc: de 100% naadloze materiaalverbinding. Daardoor heeft de gelaste verbinding de voorkeur. Maar er kunnen praktische argumenten zijn om bewust te kiezen voor mechanische verbindingen:

• bij gekleurde profielen voorkomt de mechanische verbinding in enkele gevallen een kleuronderbreking;
• gelaste verbindingen zijn niet altijd esthetisch aanvaardbaar;
• in bepaalde situaties is een gelaste verbinding technisch niet altijd haalbaar.

Ook de mechanische verbinding heeft een ontwikkelingsproces doorgemaakt. De kwaliteit is de laatste jaren sterk verbeterd. Voor kunststof VKG-gevelelementen voorzien van mechanische verbindingen gelden onverkort de eisen en beproevingsmethoden die ook gelden voor elementen voorzien van gelaste verbindingen, terwijl de eisen gesteld aan mechanische verbindingen ook van toepassing zijn voor gelaste verbindingen. De meeste profielfabrikanten hebben bij de ontwikkeling van de mechanische verbindingen eigen voorschriften opgesteld. Het is van groot belang dat deze worden opgevolgd.
Veelal leveren de profielfabrikanten speciale hulpstukken voor de mechanische verbinding, zoals kunststof en metalen gecontramalde eindstukken. Het is ook mogelijk de kunststof profielen rechtstreeks machinaal te contramallen. Dit is afhankelijk van het ontwikkelde systeem.
Eenmaal samengesteld vormen de verbindingshulpstukken een eenheid met de inwendige stalen verstijvingen in het kunststof profiel. Vanzelfsprekend moeten ook voor de kunststof gevelelementen, uitgevoerd met mechanische verbindingen, een basisrapport en KOMO-attest-met-productcertificaat van toepassing zijn. Aan VKG-gevelelementen waarin profielontmoetingen mechanisch worden verbonden worden de volgende eisen gesteld:

• tot een regel- en stijllengte van 1200 mm moet de mechanische verbinding conform de Richtlinie des Instituts für Fenstertechnik e.V. getest worden;
• bij een regel- en stijllengte > 1200 mm moet de mechanische verbinding getest worden conform BRL 0703 volgens de “Richtlijn mechanische verbindingen”, vastgesteld door het CvD d.d. 9-10-2008.

Toelichting:
Verbindingssystemen voor vlakke, respectievelijk verdiepte profielsystemen of combinaties van beide, dienen apart beoordeeld te worden. Indien een verdiept systeem is getest geldt deze test ook voor het vlakke systeem. Het omgekeerde geldt niet. Als bovenstaande proef van de mechanische verbindingen is uitgevoerd, dient voldaan te zijn aan de volgende esthetische eisen:

• naden tussen mechanisch verbonden profielontmoetingen mogen niet groter dan of gelijk zijn aan 0,3 mm;
• het verschil in vlakheid van gelijke profielontmoetingen mag niet meer dan of gelijk zijn aan 0,6 mm.

Daarnaast gelden bij gebruik van mechanische verbindingen de volgende eisen:

• de vier buitenhoeken van een kader van een kunststof gevelelement dienen gelast te zijn;
• gevelelementen waarin mechanische verbindingen zijn gebruikt dienen met aluminium of thermisch verzinkte staalprofielen versterkt te zijn;
• de mechanische verbinding dient als “starre verbinding” te worden uitgevoerd, waarbij de krachtoverbrenging op de plaats   van de verbinding wordt overgedragen op het versterkingsprofiel;
• bij het monteren van gevelelementen met een mechanische verbinding door middel van schroeven dient extra aandacht besteed te worden aan de juiste schroefafstand vanuit de stijl of regel en aan het uitvullen van het kozijn op de plaats van de schroefverbinding.

Vastlegging van een beproefd systeem van mechanische verbindingen in een attest:
In het attest behorende bij het beproefde systeem van mechanische verbindingen wordt op een eenduidige wijze vastgelegd welk verbindingssysteem voldoet aan de eisen. Daartoe worden in het attest ten minste tekeningen van de onderdelen van de mechanische verbindingen opgenomen, alsmede een doorsnede waaruit blijkt hoe de verbinding gecombineerd wordt met het profielsysteem.

4.10.3.2 Mechanische verbindingen tussen kunststof profielen en afwijkende materialen

Mechanische verbindingen kunnen ook worden aangebracht tussen kunststof profielen en andere materialen dan een kunststof profiel, bijvoorbeeld bij een onderdorpel. De prestaties van een dergelijke verbindingsconstructie moeten worden getest met een ITT-beproeving, uitgevoerd door een erkend laboratorium.