3.5 Sponning

In NPR 3577 worden aanwijzingen gegeven en eisen gesteld aan de sponningvorm, -hoogte en -breedte. De sponningvorm moet geschikt zijn voor het toegepaste beglazingssysteem. Bij beglazingssystemen met droogbeglazingsprofielen mag de sponninghoogte 14 mm bedragen, mits het rubberen droogbeglazingsprofiel de randafdichting volledig afdekt, er een nettoaanslag is van minimaal 10 mm en een omtrekspeling aanwezig is van minimaal 3 mm.

De eisen die aan de sponninghoogte worden gesteld hebben enerzijds te maken met de toleranties van de glasafmetingen en anderzijds met het beschermen van de glasrandverbinding (butylband) tegen uv-licht. In overleg met de opdrachtgever en met goedkeuring van de glasfabrikant zijn geringere sponninghoogtes toegestaan. Dit speelt met name een rol indien slanke constructies vereist zijn.

Bij alle glassoorten, dus ook bij bijzondere glassoorten zoals kogelwerend of brandwerend glas, moet u de eisen van de glasfabrikant voor de benodigde sponningvorm opvolgen.