9.2 Norm voor inbraakwerendheid

In norm NEN 5096 en de daarmee samenhangende normen zijn prestatieniveaus voor de inbraakwerendheid van gevelelementen geformuleerd in de vorm van weerstandsklassen met bijbehorende bepalingsmethoden. De bedoeling hiervan is te verhinderen dat binnen een bepaalde tijd een doorgangsopening (rechthoek van 400 x 250mm, ellips van 400 x 300mm, cirkel met diameter 350mm) zou kunnen worden gecreëerd.

Een gevelelement wordt op drie onderdelen beproefd op inbraakwerendheid:
1. statische beproeving;
2. dynamische beproeving;
3. manuele beproeving.

Er zijn twee, veel voorkomende, inbraakwerendheidsklassen. In tabel 9a staande prestatie-eisen die horen bij een bepaalde weerstandsklasse. Voor hogere klassen verwijst NEN 5096 naar EN 1627.

Tabel 9a.


plaatje 9.2.jpg


*) Voor weerstandskasse 1, 4, 5 en 6 verwijzen we naar EN 1627.

Gereedschapssets:

A1 + A2: Gereedschapsset van een gelegenheidsinbreker met simpel gereedschap.

A1 + A2 + A3: Gereedschapsset van een inbreker met simpel gereedschap waaronder een koevoet.

Opmerking:
Voor ramen, vakvullingen en/of luiken met afmetingen die kleiner zijn dan de vereiste doorgangsopening gelden geen eisen. Met een proef conform NEN 5096 kan de inbraakwerendheid van een gevelelement worden aangetoond. De opdrachtgever dient aan te geven aan welke inbraakwerendheidseisen welke gevelelementen moeten voldoen.