2.4 Vervanging van kozijnen

Door aandacht te schenken aan de factoren die in § 2.4.1. t/m § 2.4.8. worden genoemd ontstaat na de renovatie een beeld dat in overeenstemming is met de karakteristiek van de oorspronkelijke situatie. Zonder het beeld principieel aan te tasten ontstaat met de nieuwe kozijnen een fraai beeld dat vele jaren onaangetast blijft. Eigenaren en gebruikers hebben niet alleen een duurzame oplossing gekregen, maar ook een esthetisch passende.

2.4.1 Vlakverdeling

Vuistregel: behouden.

De verdeling van de vlakken in het aanzicht van de gevel overeenkomstig de oorspronkelijke situatie houden. De onderlinge verhoudingen en vormen spelen een grote rol. Een aantasting zal al snel een verarming van het beeld betekenen. Dit is ook van belang voor het totale straatbeeld. Samenhang van het gevelbeeld in de wijk is een belangrijk thema voor welstanden. Zie figuur 2a.

2.4.2 Profielvorm

Vuistregel: de verhouding tussen aanzichtzijde en diepte van het profiel handhaven.

De doorsnede van het oorspronkelijke kozijn laat een aantal karakteristieke verhoudingen zien. Daarbij gaat het om de maten van de diepte, de aanzichtbreedte, de hoekscherpte, eventuele schuintes en de plaats van het glas. De vervangende profielen moeten daar in principe aan voldoen. Per periode van de gevelgeschiedenis kunnen andere marges worden aangehouden. Puien uit de jaren zestig laten over het algemeen meer vrijheden toe dan schuiframen uit de negentiende eeuw. Zie figuur 2b.

2.4.3 Verhoudingen in maatvoering

Vuistregel: binnen de vlakverdeling moeten de profielmaten gelijk blijven.

De maatvoering van de kozijnen en ramen en respectievelijke doorsneden moeten dezelfde verhoudingen behouden. Precies dezelfde maten als in de oorspronkelijke situatie zijn niet mogelijk vanwege de afwijkende materialisering en technische eisen. De karakteristiek kan echter met wat aandacht in stand blijven. Zie figuur 2c.

plaatje 2.4.3.jpg

2.4.4 Plaats van het kozijn

Vuistregel: verspringende vlakken behouden.

Het gaat hier in de eerste instantie om de negge. Maar er zijn meerdere verspringende vlakken aan te duiden die bepalend zijn voor de dynamiek. Denk ook aan de vlakken van het glas, de te openen delen, het metselwerk, het glas en de voorkant van de kozijnen. Deze vormen samen vaak een interessant spel dat diepte en dynamiek aan de gevel geeft. Daar moet bij kozijnvervanging voorzichtig mee worden omgesprongen.

De plasticiteit van de gevel wordt bepaald door de verhoudingen in de doorsnede. Zie figuur 2d.

2.4.5 Aansluitdetails

Vuistregel: voorkeur voor strakke aansluitingen. Anders in overleg kiezen voor een eigen (ruime) aansluiting, passend in het gevelbeeld.

De aansluitdetails bepalen voor een groot deel het beeld. Een mooi kozijn kan door een onaangepaste montage volledig uit de toon vallen. Ook details moeten worden aangebracht met oog voor het gewenste beeld. Vaak vormen de aansluitmarges een probleem; die mogen niet te groot worden. Oorspronkelijk zaten de kozijnen strak op het metselwerk. Bij vervanging is dat door de technische randvoorwaarden en de montagemogelijkheden niet meer mogelijk. Door een aangepaste detaillering kan de oorspronkelijke karakteristiek echter heel goed worden benaderd. De kleur van het materiaal tussen het metselwerk en het kozijn (vaak rubbers) speelt hierbij een belangrijke rol. Zie figuur 2e.

plaatje 2.4.5.jpg

2.4.6 Vorm van te openen delen

Vuistregel: beeld in overeenstemming met de oorspronkelijke situatie. Draairichting van minder belang.

De te openen delen zijn vaak anders gedetailleerd dan in de oorspronkelijke situatie. Schuiframen worden vervangen door draaivalramen. Die geven in gesloten toestand een bevredigend beeld (let wel op de verspringende glaslijn in het aanzicht!). Geopend is de situatie echter anders. Bij de latere gevels zijn de naar buiten draaiende delen een probleem. Omdat bij kunststof vaak opdekdraaidelen worden gebruikt, ontstaat een ander beeld. De scharnieren versterken dat beeld. Door aangepaste profileringen kan hier veel aan worden gedaan. Naar buiten draaiende delen kennen ook vaak een afwijkende maatverhouding ten opzichte van hout.

2.4.7 Winkelpuien, entreepartijen en ­trafodeuren

Vuistregel: projectsgewijs zoeken naar de beste inpassing van dit nieuwe element.

De ventilatieroosters verdienen aandacht, omdat het beeld van een mooi vormgegeven en geplaatst kozijn volledig teniet kan worden gedaan door een onaangepast rooster. Door de roosters daar te plaatsen waar ze het minst kwaad kunnen voor het gewenste beeld, voorkom je problemen. Soms kan door de kleur nog iets worden gered. Als plaatsing het beeld te veel aantast, kan op andere plaatsen naar een oplossing worden gezocht. Bijvoorbeeld een slank rooster boven het kozijn. In de schaduw onder het metselwerk (negge) valt dat niet op. Anders kan een oplossing achter open stootvoegen worden gezocht, maar dat is erg duur. De financiële ruimte bepaalt voor een groot deel of die oplossing mogelijk is.

Zie figuur 2f

plaatje 2.4.7.jpg

2.4.8 Kleur

Vuistregel: wees terughoudend met felle kleuren en modekleuren.

Het kleurenpalet van kunststof kozijnen is de laatste jaren sterk uitgebreid. De markt vraagt een groot kleuraanbod. Felle kleuren en modekleuren gebruiken is over het algemeen niet verstandig. Modekleuren zijn kleuren waarmee op opvallende wijze een ander beeld optreedt en die na enkele jaren weer achterhaald zijn. Dit valt achteraf altijd te traceren tot een bepaalde periode. Denk aan de typische kleuren uit de jaren zestig en zeventig in interieurs en bij auto’s. Bij een relatief vergankelijk product geen probleem, maar bij een duurzaam product als kunststof kozijnen is het zonde als het beeld al na een fractie van de levensduur als oubollig of schreeuwerig wordt ervaren.