5.8 Voegen tussen gevelelementen en bouwkundig kader
5.8.1 Inleiding

Voegen zijn bestemd om de bewegingen van twee bouwdelen op te kunnen vangen en toch een water- en tochtdichte afsluiting te realiseren. Hier bedoelen we met ‘voegen’ de ruimte aan de buitenzijde tussen bouwkundig kader (metselwerk, beton, (hout)skeletsysteem, etc.) en het – gemonteerde – VKG-gevelelement.
Bij de voegen tussen VKG-gevelelementen en bouwkundig kader behoren de voegvorm, voegafmetingen en het gekozen afdichtingsmateriaal goed op elkaar te worden afgestemd.
De kwaliteit van de voeg wordt mede bepaald door de werkwijze van het afdichtingsbedrijf. Het is daarom van belang dat er schriftelijke afspraken worden gemaakt tussen opdrachtgever en VKG-gevelelementenfabrikant over de toelaatbare toleranties en de maximale beweging van de bouwdelen. Indien hiermee in het ontwerpstadium onvoldoende rekening is gehouden, kunnen de voegafmetingen zodanig afwijken dat de toegepaste afdichting niet meer functioneert.

Bij VKG-gevelelementen dient in principe voor de band-voegconstructie te worden gekozen. Dit in verband met het onderhoudsgevoelige karakter en de duurzaamheidsaspecten.

5.8.2 Materialen

Voor de voeg aan de buitenzijde tussen bouwkundig kader en het VKG-gevelelement komen de volgende materialen in aanmerking:

• migratievrije kunststof of uv-bestendige kunstrubber profielen, die eventueel door middel van overlapping worden aangebracht. Dit aansluitingsprofiel verschilt per raamsysteem. Het kunnen standaard- of speciaal ontwikkelde profielen zijn;
• afdichtingsband met een zogenoemde open celstructuur (voorgecomprimeerd band). In verband met zowel waterdichtheid als duurzaamheid moet de band tot ten minste 25% van zijn oorspronkelijke ongecomprimeerde afmeting zijn gecomprimeerd.

Voor de voeg aan de binnenzijde tussen bouwkundig kader en het VKG-gevelelement komen de volgende materialen in aanmerking:

• elastisch afdichtingsschuim. Wanneer de voorschriften van de leverancier correct opgevolgd worden kan purschuim gebruikt worden dat voor 25% elastisch blijft na uitharding;
• afdichtingsband met een zogenoemde open celstructuur (voorgecomprimeerd band). In verband met zowel waterdichtheid als de duurzaamheid moet de band tot ten minste 25% van zijn oorspronkelijke ongecomprimeerde afmeting zijn gecomprimeerd.

5.8.3 Schuimbanden

Een steeds groter toepassingsgebied vinden de rubberachtige dichtingsprofielen en de kunststof dichtingsbanden, zoals de geïmpregneerde schuimbanden.
Als dichtingsprofielen worden gebruikt, zijn de kunststof raamprofielen veelal van een uv-bestendige kunstrubber bevestigingskamer voorzien.

Kunststof dichtingsbanden zijn er in grote verscheidenheid, zoals:

• met open of gesloten cellen;
• niet- en zelfklevend;
• geïmpregneerde schuimbanden.

Het aanbrengen van de dichtingsprofielen en/of -banden dient zodanig te geschieden, dat ook na verloop van tijd geen openingen of lekkages ontstaan. Het materiaal mag bijvoorbeeld niet worden opgerekt en om hoeken getrokken. De te gebruiken materialen dienen verouderingsbestendig te zijn. In verband met het goed functioneren van de voegafdichtingen dient men rekening te houden met de ruwheid van de voegwanden.

Profielen van massief rubber dienen te voldoen aan de eisen conform NEN 5656, schuimbanden aan de eisen conform NEN 3413.